spillage

vrouwelijk (de)/spɪˈlaʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoeveelheid van een product die bij opslag, transport of bewerking verloren gaat
    Daarnaast is er sprake van een paar procent ‘spillage’: er blijft soms een restje in een flacon zitten, zo nu en dan blijkt een vaccin over de datum of valt er een prik op de grond: er zijn dus altijd wat meer vaccins nodig.

Etymologie

*afgeleid van "spillen"