spillage
vrouwelijk (de)/spɪˈlaʒə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoeveelheid van een product die bij opslag, transport of bewerking verloren gaatDaarnaast is er sprake van een paar procent ‘spillage’: er blijft soms een restje in een flacon zitten, zo nu en dan blijkt een vaccin over de datum of valt er een prik op de grond: er zijn dus altijd wat meer vaccins nodig.
Etymologie
*afgeleid van "spillen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek