spijten
/ˈspeɪtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (onpr) berouw veroorzakenHet speet hem dat hij de verjaardag van zijn vrouw niet bij kon wonen.
- (ov) (verouderd) ergernis bezorgen, boos of verdrietig makenMijne stellige weigering en de begeesterde woorden, welke ik ertoe bezigde, schenen hem te spijten; (…)
Etymologie
*van Middelnederlands "spiten", op te vatten als afgeleid van "spijt"
Vertalingen
Engelsregret, feel sorry
DuitsLeid tun
Spaansdoler, sentirlo
Poolsżałować
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek