spijtbetuiging

vrouwelijk (de)/ˈspɛidbəˌtœyɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het in het openbaar zeggen dat je beseft dat je iets fouts hebt gedaan en dat je zou willen dat je het niet gedaan had
    Kijk hier naar de spijtbetuiging van minister Grapperhaus.
    Koning Willem-Alexander betuigde woensdag in de video spijt dat hij met zijn gezin naar Griekenland was gereisd. Op de vraag of Rutte met zijn toestemming voor die spijtbetuiging een precedent heeft geschapen, zei de premier: "Hij heeft gedaan wat hij heeft gedaan en dat was heartfelt. Volgens mij was dat goed en zie je ook in de reacties van mensen dat het gewaardeerd werd."