spietsen
/ˈspitsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) doorboren met een spies of ander puntig voorwerp
- (ov) ter dood brengen door doorboring met een spietsVlad Dracula spietste een groot aantal van zijn tegenstanders.
Vertalingen
Engelsimpale
Fransempaler
Duitsaufspießen
Spaansatravesar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek