speld
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) klein en puntig metalen voorwerp met een kop, bedoeld om iets (bijv. weefsels) vast te zetten, veel gebruikt bij naaienHeel kleine insekten worden opgeplakt op kleine kaartjes, die op een speld worden gestoken.W. van Katwijk, Spinnen van Nederland, 1976, p. 106
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘middel om iets vast te steken, ook als sieraad’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Uitdrukkingen
- Je kan een speld horen vallen — Het is zo stil dat je een speld die op de grond valt nog kunt horen.
- Daar is geen speld tussen te krijgen — Gezegd van een redenering die zo sluitend is, dat er helemaal niet aan getornd kan worden. Soms wordt het gebruikt om aan te duiden dat iemand zo druk aan het woord is, dat niemand anders ertussen kan komen.
- Het is zoeken naar een speld (of naald) in een [[Hooiberg (landbouw) — hooiberg]]|Het zoeken naar iets is onbegonnen werk.
Vertalingen
Engelsneedle, pin
Spaansalfiler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek