spekzool

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈspɛksol/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zachte, stroeve, niet erg modieuze schoenzool
    Zie toch de spekzolen van coach Ron Jans: geen mens die ermee kan dansen. NRC Hugo Camps 23 augustus 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/08/23/spekzolen-1410629-a149377 Spekzolen]
    De kale man naast me – keurig hemd, grijze wollen trui, bril met dik montuur, spekzolen – zucht en jammert. Hij had zichzelf eerder op de houten bank naast mij laten zakken en een koffie zonder melk en een appeltaart besteld. „Oh, en doe maar een fluitje.” Dit alles zit hij met gezwinde spoed naar binnen te werken, hij pauzeert alleen om te zuchten en te weeklagen. NRC Georgina Verbaan 28 november 2015 [https://www.nrc.nl/nieuws/2015/11/28/tophond-1561716-a1351447 Tophond]
    Nog geen anderhalf uur later had het hele publiek zich verplaatst naar de show van Céline, een minstens zo geliefd modehuis. Daar liepen de modellen op veterschoenen met een ultradikke spekzool, die eruitzagen alsof ze op advies van een podoloog ontworpen waren. NRC Nathalie Wouters [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/03/01/lekker-lelijk-a1592882 Lekker modieus op je lelijke schoenen]

Vertalingen

Engelscrepe sole