woorden
boek
Start
›
S
›
spekkoper
spekkoper
mannelijk (de)
/'spɛkopər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand die spek kan kopen
figuurlijk
(figuurlijk) iemand die geluk heeft gehad, met name in zaken of met geld
koopman in spek
Vertalingen
Engels
bacon-merchant
Verwante woorden
spek
spekachtig
spekachtige
spekbokking
spekbokkingen
spekbuik
spekbuiken
spekdam
spekeend
spekeenden
speken
spekglad
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← spekkoeken
spekkopers →