spekje
/ˈspɛkjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stukje spek zoals dat in de keuken gebruikt wordt om uit te bakken, in een stuk vlees te steken of aan een gerecht toe te voegenDeze salade bevat spekjes en kleine tomaatjes.
- stukje van een bepaald soort sponzig suikergoed
Etymologie
*afgeleid van "spek"
Vertalingen
Franslardon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek