speer
mannelijk/vrouwelijk (de)/sper/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lange stok met een punt eraan, (werd) gebruikt voor de jacht, oorlogvoering of atletiek.Ook tegenwoordig worden speren nog gebruikt, speerwerpen wordt als sport nog beoefend.
Etymologie
*van Middelnederlands "spere", in de betekenis van ‘steekwapen’ aangetroffen vanaf 1220
Vertalingen
Engelsspear, javelin
Franslance, javelot
DuitsSpeer
Spaanslanza
Zweedsspjut
Deensspyd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek