speelvogel

mannelijk (de)/ˈspelvoɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. weinig ernstig persoon die steeds weer nieuwe dingen bedenkt om zich te vermaken
    Bijna iedereen had medelijden met de clown van het peloton, de speelvogel die in 1991 wegens een rugblessure met wielerpensioen ging.