speeltijd

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijd dat men mag spelen op school
    Helaas was na een kwartiertje de speeltijd weer voorbij en moesten we weer hard werken aan de rekentoets.
  2. de tijd dat een wedstrijd duurt, de tijd dat een speler in een wedstrijd speelt
    Kramer vliegt boven iedereen uit, knikt zijn voorhoofd tegen de bal: 3-3. Het doelpunt is de laatste goal - qua speeltijd - ooit gemaakt in eredivisie, meldde sportdatabureau Gracenote. NRC 27 november 2016