speelruimte

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de ruimte (speling) waarin men van de norm kan afwijken
    Er zit nog wat speelruimte in de begroting.
  2. een ruimte waarin men speelt
    Het casino heeft een mooie speelruimte.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ruimte van beweging’ voor het eerst aangetroffen in 1813