speelruimte
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de ruimte (speling) waarin men van de norm kan afwijkenEr zit nog wat speelruimte in de begroting.
- een ruimte waarin men speeltHet casino heeft een mooie speelruimte.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ruimte van beweging’ voor het eerst aangetroffen in 1813
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek