woorden
boek
Start
›
S
›
speelhal
speelhal
mannelijk/vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
spel
(spel) gelegenheid waar men zich tegen betaling met gokautomaten, flipperkasten, poolbiljarts, airhockey en videospelen kan vermaken.
Verwante woorden
Spee
speech
speechen
speecher
speeches
speechschrijver
speechschrijvers
speecht
speechte
speechten
speed
speed pedelec
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← speelgroep
speelhallen →