spatten
/ˈspɑtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- in kleine druppeltjes neervallen of uit elkaar bewegenHet bloed spat op mijn trui.
- kleine druppeltjes uit elkaar laten vliegenDe kraan spat alle kanten op.
- iets of iemand nat maken door er vocht heen te gooien of te trappenZij spatte de champagne over de gasten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘in kleine deeltjes (doen) rondvliegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1642
Vertalingen
Engelssplatter, splash
Franséclabousser
Duitsspritzen, plätschen
Spaanssalpicar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek