souspied
mannelijk (de)/suˈpje/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- band die de beide zijden van een broekspijp onder de voet door verbindt
- band onder de voet die slobkousen laag houdt
Etymologie
* uit het Frans
Vertalingen
Engelstrouser trap
Franssous-pied
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek