soul
mannelijk/vrouwelijk (de)/sɔːl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een muziekstijl die oorspronkelijk is voortgekomen uit rhythm-and-blues en gospelmuziek bij de Afro-Amerikaanse bevolking in het zuiden van de Verenigde Staten
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘negermuziek’ voor het eerst aangetroffen in 1960
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek