sopropo
mannelijk/vrouwelijk (de)/soˈpropo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort tropische klimplantVan de zeshonderd tuintjes is nu zo’n 70 procent bebouwd met sopropo, antroewa, bitawiri – groenten waarvan Van Zwet nog nooit had gehoord.
- (voeding) augurkvormige vrucht vanAlle groenten die je wilt, je kunt ze overal in Amsterdam krijgen. Maar de laos, de klaroen, de sopropo – je próéft dat het niet uit Suriname komt.
Etymologie
*van "sopropo" dat vermoedelijk teruggaat op "sɔprɔpɔ"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek