solovlucht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vliegreis die gemaakt wordt door één piloot zonder hulp van anderen
    Hij maakte de allereerste non-stop trans-Atlantische solovlucht.
    De piloot van het zonnevliegtuig Solar Impulse 2 heeft het record voor de langste solovlucht ooit gebroken. Tijdens de oversteek van Japan naar Hawaï evenaarde piloot André Borschberg het record van Steve Fossett uit 2006, 76 uur, en de reis is nog niet eens voorbij.
  2. ontsnapping van één wielrenner uit het peleton
    Steven Kruijswijk leek op weg naar een heroïsche zege op Alpe d'Huez, maar de renner van Lotto-Jumbo kraakte na een lange solovlucht in de slotkilometers. "Ik was gewoon op."
  3. ontsnapping van één persoon

Vertalingen

Engelssolo flight