soloseks

mannelijk (de)/ˈsoloˌsɛks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. seksualiteit (seksualiteit) seks waarbij iemand zichzelf een orgasme bezorgt
    Volgens deskundigen zou het goed zijn als vrouwen meer tijd voor soloseks zouden nemen.
    Zulke verrukkingen komen echter nooit, dat weet ik zo langzamerhand maar al te goed, tot enige andere verwerkelijking dan die van de magiese {{sic!

Etymologie

*, bekend geworden door het werk van de 20e-eeuwse Nederlandse schrijver , in de betekenis "zelfbevrediging" aangetroffen vanaf 1963 (zie vindplaats hieronder)