softdrug
mannelijk (de)/ˈsɔvdrʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- drug met geringe verslavende werking
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘niet-verslavende drug’ voor het eerst aangetroffen in 1973
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek