soepelheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets makkelijk vervormbaar is of buigbaar is
    Huidtransplantaties bij patiënten met grote en diepe brandwonden leiden heel vaak tot littekens die zeer vervelend zijn voor patiënten. Ze jeuken en beperken de soepelheid van de huid. Soms kunnen mensen daardoor ledematen slecht bewegen. En dan zijn nieuwe operaties nodig.
  2. het gemak waarmee iemand zich kan aanpassen aan een veranderende omstandigheid; het gemak waarmee iemand kan afwijken van geldende regels
  3. iets dat heel makkelijk buigbaar of vervormbaar is

Etymologie

* afleiding van soepel