sociografie

vrouwelijk (de)/ˌsoʃoɣraˈfi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beschrijving en analyse van een afgebakende groep mensen, meestal in een bepaald gebied, met de nadruk op concrete, empirische observatie en het begrijpen van sociale structuren en processen
  2. wetenschap (wetenschap) vakgebied binnen de sociale wetenschappen dat zich richt op de beschrijving en analyse van de samenleving, met de nadruk op concrete, empirische observatie en het begrijpen van sociale structuren en processen in hun specifieke context

Etymologie

*op te vatten als gevormd uit Latijn "socius" "gezel"