society

mannelijk/vrouwelijk (de)/soˈsɑjəˌti/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sociologie (sociologie) aanduiding voor een gezamenlijke groep mensen uit de bovenlaag van de samenleving die zichtbaar veel met elkaar omgaan
    Gert Jan Dröge keert terug op tv met een internationale variant van Glamourland (…). Glamourland richtte zich vijf seizoenen lang op de vaderlandse society, nu bezoekt Dröge de pleisterplaatsen van de mondiale society: van Baden-Baden tot Hongkong, van Palm Beach tot Sankt Moritz. De onderwerpen zullen variëren van een middagje wedden op de paarden met de Duitse chic tot een visite aan de koninklijke kleermakers van Saville Row in Londen.
    Zeer zonderling zijn dergelijke kleine ontsnapte wendinkjes, zoo als ik er vroeger bij dezen auteur reeds een enkele releveerde. Iets als een valschklankje in zijn goeden-toon,... zoû het op een torntje van verburgerlijking in de Hollandsche society duiden?

Etymologie

*van "society", waar het in het algemeen "maatschappij" betekent. In 1895 aangetroffen als echt Nederlands woord (zie laatste vindplaats)