snowboarden
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (sport) met een snowboard van een berghelling of piste afglijdenVandaag hebben we niet geskied maar gesnowboard.
- (erga) met een snowboard ergens heengaanWe zijn eerst naar het andere dal gesnowboard maar later weer teruggekeerd naar de westelijke hellingen.
Etymologie
*Afgeleid van snowboard
Vertalingen
Engelssnowboard
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek