snorkel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een holle gebogen buis van rubber of plastic, met een mondstuk, dat je in staat stelt adem te halen als je aan het wateroppervlak zwemt met je hoofd onder water, onderdeel van een snorkeluitrusting of duikuitrusting
    Met een snorkel kun je ademhalen als je met je gezicht in het water ligt.
  2. een toestel voor luchtverversing in een onderzeeboot

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘luchtpijpje bij het zwemmen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1957

Vertalingen

Engelssnorkel, snorkel
Franstuba
DuitsSchnorchel, Schnorchel
Spaansesnórquel, tubo de nadar, tubo de respiración