snobisme
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kunstzinnig op een gemaakte, onoprechte manier vooral om indruk te maken op anderenBovendien moeten we ook een vorm van esthetisch snobisme niet uitsluiten. Mensen die klassieke concerten vooral bijwonen omdat het bij hun sociale status past en niet zozeer omwille van de muzikale appreciatie, zullen de kwaliteit van dezelfde uitvoering hoger inschatten in een concertzaal dan in een metro, louter door de sociale wenselijkheid en de context waarin ze zich bevinden. {{Aut|Braeckman, Johan & Maarten BoudryDe criticus van het weekblad La Semaine á Paris, schuilgaand achter het pseudoniem `montpar.', liet elke gratuite hoffelijkheid ten aanzien van Mondriaan varen en serveerde hem af als `achterhaald', want getuigend van 'het snobisme van het voorbije': {{Aut|Hanssen, LéonEn toch, met die waardigheid die nimmer overslaat in snobisme – er schuilt een gewone vrouw in het monstre sacré, die borduurt en in astrologie gelooft – is ze ook merkwaardig populair bij het brede publiek. Dench werd in een peiling uitgeroepen tot meest gerespecteerde vrouw van het Verenigd Koninkrijk, vóór koningin Elizabeth. Stephen Fry zei: ‘We zouden relingen moeten bouwen rond Judi Dench, zodat iedereen haar ordelijk kan komen bewonderen.’ de Standaard ZATERDAG 14 OKTOBER 2017
- het zich beter voordoen dan men eigenlijk is en vooral het neerkijken op hen waarvan men denkt dat ze minderwaardig zijnMaar dat kapitaal hadden ze daarna allemaal vastgezet op spaarrekeningen tegen 4-5 procent rente. Op een moment dat de inflatie rond de tien procent lag. Het was niet simpelweg domheid, eerder een soort conservatief snobisme.
Etymologie
*afgeleid van snob
Vertalingen
Engelssnobbishness, snobbery
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek