sneuvelen
/ˈsnøvələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) omkomen in de strijdEr zijn in de beide Wereldoorlogen miljoenen gesneuveld.
- (erga) kapot gaan door te brekenDoor de ontploffing sneuvelden er veel ruiten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘omkomen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1620
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek