snerpend
/ˈsnɛrpənt/
Betekenis
werkwoord
- luid, scherp doordringend geluid makendEen snerpende stem. 'Ik geloof niet dat wij elkaar kennen.' Uit een nogal doorzichtige mouw kwam een bleke hand tevoorschijn. `Elisabeth.' {{Aut |Winter, JulianNaast me begint een ezel snerpend te balken, hij heeft een ponypaard gespot en wil eropaf, zijn bek wijd open, zijn tong als een geile roze lap eruit. Ik kan m'n ogen er niet vanaf houden. Twee mannen hangen om zijn hals. Ernaast staan geiten aangelijnd als honden in de regen met hun bazen mee te demonstreren. {{Aut| Bok, Pauline de'Misschien kunnen we het proberen'ging ze luid en met een snerpende stem verder, ze deed de ketting af, liep naar Johanne toe en gespte hem ruw vast.
Etymologie
*snerpen met de uitgang -d
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek