snelwandelen
/ˈsnɛlwɑndələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (sport) loopnummer in de atletiek, waarbij men wandelt, dus niet rent en waarbij (in tegenstelling tot hardlopen) het contact van minimaal één voet met de grond dient te worden gehouden
Vertalingen
Spaansmarcha atlética
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek