snelheidsbeperking
vrouwelijk (de)/ˈsnɛlhɛitsbəˌpɛrkɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) hoogste toegestane snelheid voor motorvoertuigen op een bepaalde rijbaan of type wegDie problemen waren prompt de items van de tegenpartij, de CDU: wég met snelheidsbeperking en busbaan op de Kurfürstendamm, geen stemrecht voor buitenlanders (liever wég met hen), meer politie, (…)
- (verkeer) hoogste toegestane snelheid voor een bepaald type voertuigenVoor de snelheidsbeperking is geen enkele wettelijke basis. Scootmobielen mogen 17 kilometer per uur rijden.
- het stellen van grenzen aan de vaart waarmee iets of iemand zich verplaatstEr komt geen snelheidsbeperking voor schepen op de Westerschelde.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek