sneeuw

mannelijk/vrouwelijk (de)/snew/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) in vlokkige kristallen bevroren water
    De sneeuw zeeg dwarrelend neer uit de grauwe lucht en vormde al snel een dikke laag op de takken.
    De Eskimotaal kent minstens tweeëntwintig verschillende woorden voor sneeuw
    Hij had ergens gelezen dat de Eskimo's meer dan tweehonderd verschillende woorden voor sneeuw hebben en als ze die niet hadden, zouden hun gesprekken behoorlijk eentonig zijn. Dus maken ze onderscheid tussen dunne sneeuw en dikke sneeuw, lichte sneeuw en zware sneeuw, natte sneeuw, tere sneeuw, sneeuw die in vlagen komt, sneeuw die voortgezweept wordt, sneeuw die via de laarzen van de buurman op de keurig schone vloer van je iglo terechtkomt, winterse sneeuw, lentesneeuw, de sneeuw die je je nog uit je jeugdjaren herinnert en die veel mooier was dan welke moderne sneeuw ook, fijne sneeuw, poedersneeuw, sneeuw uit de heuvels, sneeuw in de dalen, ochtendsneeuw, avondsneeuw, sneeuw die plotseling begint te vallen op het moment dat je wilt gaan vissen en sneeuw waarop de sledehonden, ondanks alle pogingen ze het af te leren, hebben gepist. {{Aut |Adams, Douglas Eoin Colfer
  2. ruis weergegeven door een televisietoestel
    Door technische problemen bevatte het beeld veel sneeuw.
  3. cocaïne
    Hetgene waar je wel verslaafd of afhankelijk kan van worden, dat is het gevoel, euforie of zelfzekerheid die Colombiaanse sneeuw teweeg brengt.
  4. koolzuursneeuw, sneeuw van vast methaan, sneeuw van vaste stikstof
    De geleerden in Pasadena zijn verbaasd over de hoogte van de sneeuw- of ijsmassa's op de Martiaanse zuidpool. Zij denken dat het gaat om bevroren koolzuurgas of 'droog' ijs, omdat de dampkring van Mars te weinig waterdamp bevat voor zoveel echte sneeuw.
    En hoewel deze met sneeuw bedekte bergtoppen op Pluto opvallend veel lijken op die van de aarde, ontstaan ze toch op een radicaal andere manier, zo beweren onderzoekers nu.

Etymologie

*via het Middelnederlandse "snee" (m) en Oudnederlands snēo van Gemeengermaans: *snaiwo-, vergelijk Gotisch: snaiws.Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892

Uitdrukkingen

  • Als sneeuw voor de zon verdwijnenergens niets van over blijven
  • Zwarte sneeuw zienHet financieel heel moeilijk hebben; zware schulden hebben.

Vertalingen

Engelssnow
Fransneige
DuitsSchnee
Spaansnieve
Italiaansneve
Portugeesneve
Russischснег
Chinees
Japans
Koreaans
Arabischثَلْج
Turkskar
Poolsśnieg
Zweedssnö
Deenssne