snede

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsnedə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scherpte, de kant waarmee gesneden wordt
  2. snee, iets wat gesneden is
  3. voeding, kookkunst (voeding) (kookkunst) moot, plak, schijf, snee
  4. landbouw (landbouw) oogst van een gewas dat meerdere keren per jaar geoogst wordt
  5. snee, plaats van doorsnijding
  6. (bij boeken) kant waar gestapelde pagina's van elkaar zijn losgesneden
  7. vagina

Vertalingen

Engelscut, section
Spaanscortadura, corte, filo