sneb
mannelijk/vrouwelijk (de)/snɛp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- snavel
- (scheepvaart) puntige voorsteven van een schip uit de (voor)Romeinse tijd voornamelijk gebruikt om andere schepen te rammen
Etymologie
* In de betekenis van ‘snavel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1518
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek