snauw

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een snauwende uitroep
zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) lang en tegelijk laag type (zeil)schip met een scherpe boeg

Etymologie

*[B] Vermoedelijk van snau, "snavel". In de betekenis van ‘type schip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1670