sluitkool

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koolsoort waarvan de bladen van het bladgewas zich dicht opeen over het groeipunt sluiten en zo de eigenlijke kool vormen
    Daar komt bij dat de stoere sluitkool niet moeilijk doet over een beetje barre temperaturen; hij doorstaat winterweer waardoor zelfs Piet Paulusma jammerend zijn studio wordt ingejaagd.
    In West-Vlaanderen is de impact groter, omdat daar heel wat meer vollegrondsteelt verhandeld wordt, zoals jonge sluitkolen, aardappelen en prei.

Vertalingen

Engelshead brassica, cabbage