sluif
mannelijk/vrouwelijk (de)/slœyf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lange smalle groef of uitholling
- foedraal voor een paraplu
- (steltloperachtigen) bepaald soort watervogel, , uit de familie
Etymologie
*afgeleide van gleuf
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek