sluier

mannelijk (de)/ˈslœyjər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dunne doek, waarmee men een lichaamsdeel of het gezicht bedekt
  2. onbedoelde zwarting van de gevoelige laag van foto's waardoor er een wit waas over de afbeelding komt

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘doorzichtige doek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1527

Vertalingen

Engelsveil
Fransvoile
DuitsSchleier
Spaansvelo
Italiaansvelo
Portugeesvéu
Deensslør