slufter
mannelijk (de)/ˈslʏftər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) geul aan een kust of oever of in een vaarwaterWie 's zomers langs de oever van het Zwin loopt - de slufter die de grens vormt tussen Nederland en België - ziet twee soorten badgasten.
- (ecologie) lager gelegen gebied tussen de duinen door dat bij zeer hoog water onderlooptDe Kaloot is een klassiek geval: een flinter strand met een stukje opgespoten duin en een nieuw aangelegd zoutwatermeertje in een industrieel decor. Rijkswaterstaat heeft er een bord naast gezet: „Dergelijke gebieden, die we slufters noemen, zijn erg zeldzaam in Europa.”
- (waterbeheer) plaats waar opgebaggerd slib wordt opgeslagenHonderden dagjesmensen kwamen naar het strand bij de slufter op de Maasvlakte om te zien hoe drie sleepboten het 244 meter lange schip in beweging probeerden te krijgen.
Etymologie
*van Middelnederlands en "sluchter", cognaat met slop en sluipen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek