slons
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoer, lellebel, snol, slet, lichtekooiDat meisje gedroeg zich als een echte slons.
- sloddervos, smeerpoetsZij was geen goede huisvrouw want ze was een enorme slons.
Etymologie
* In de betekenis van ‘slordige vrouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1623
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek