slip

mannelijk (de)/slɪp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) kort, strak onderbroekje zonder pijpen
    In dezelfde lijn zijn eveneens een klassieke beugelbeha, een bustier met couture-look, een slip en een string verkrijgbaar.
zelfstandig naamwoord
  1. punt van een stof die naar beneden hangt
  2. drukproef op stroken, nog niet in de vorm van bladzijden
  3. afrekening (cijfers op een strook papier)
  4. (Suriname) envelopje, zoals gebruikt om uit te betalen loon in te doen
zelfstandig naamwoord
  1. glijdende beweging als wrijvingskracht wegvalt
  2. slingerend glijdende beweging doordat wielen of voeten hun grip op de bodem verliezen
  3. visserij (visserij) onderdeel van een werphengel
  4. krachtverlies door wrijving binnen een draaiend werktuig

Etymologie

*C van "slippen"

Uitdrukkingen

  • in een slip raken(van een auto of motor) slippen

Vertalingen

Engelsbriefs
DuitsSlip, Unterhose, Zipfel