slikken
/ˈslɪkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) de mondinhoud de slokdarm doen afdalenHij slikte veel vitaminetabletten.Uren gingen voorbij en al had ik geen mushrooms geslikt, toch voelde ik me high en als in een trance betoverd door alles wat ik om me heen zag.
- (ov) overdrachtelijk: iets lijdzaam aanvaardenHij heeft deze vernedering zonder meer geslikt.
Etymologie
* In de betekenis van ‘door het keelgat doen gaan’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Vertalingen
Engelsswallow, swallow
Fransavaler
Duitsschlucken
Spaanstragar, deglutir
Poolspołykać
Deenssluge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek