sleutelbeen

onzijdig (het)/ˈsløtəlˌben/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) het bot dat het borstbeen met de schouder verbindt
    Bij die lelijke val brak hij een sleutelbeen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘verbinding tussen borstbeen en schouderblad’ voor het eerst aangetroffen in 1645

Vertalingen

Engelscollarbone
Fransclavicule
DuitsSchlüsselbein
Spaansclavícula
Italiaansclavicola
Japans鎖骨
Koreaans빗장뼈
Poolsobojczyk