slechten

/ˈslɛxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, verouderd (ov) (verouderd) tot op de grond toe afbreken
    Ja, met deze zwaarden zullen wij strijden, met deze speren onze vijanden aanvallen, met deze lans vechten, met deze dolk tirannen doorsteken, met dit soort geschut hoge torens verslaan, met deze ijzeren stormrammen hoge muren slechten!
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) probleem, moeilijkheid verwijderen, oplossen, opruimen
    Er moeten nog een paar barrières worden geslecht.
    De seksuele revolutie van de jaren 1960 slechtte die algemene taboes rond seksualiteit.

Etymologie

:Noord: : "släta" (: "sletta")