slalom
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wintersport) een vorm van skisport waarbij men door uitgezette poortjes moet skiënClement Noel won in 2022 in Beijing de gouden Olympische medaille op de slalom
Etymologie
* Leenwoord uit het Noors, in de betekenis van ‘afdaling met hindernissen (bij skiën)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1947
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek