slagschip

onzijdig (het)/ˈslɑxsxɪp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groot schip met zware bewapening
    En ik zie nog voor me hoe Bink Young, die nu anglicaans priester is, met zijn afgetrapte gympen op tafel doodernstig een plan uitstippelt om een slagschip uit Boston Harbor te stelen. Misschien was ik als slecht getransformeerde rups wel dankbaar voor het gezelschap van echte vlinders.{{Aut|Zwagerman, Joost
  2. vastberaden, ongenaakbare niet te stoppen vrouw van formaat
    Een tijd geleden mocht ik op de koffie bij boerin en CDA-Kamerlid Annie Schreijer-Pierik. Zo pront als Annie worden ze in de Randstad niet meer geboren. Slagschip van het matriarchaat. Als een niet te stuiten waterval ging ze te keer over de zegen van het boerenland, de nuffigheid van Den Haag, het debiele gedachtengoed van de Partij voor de Dieren. Het leek wel opera: vrouw met riek en hooivork tussen de tanden, al bleef haar mond zacht en bij wijlen sensueel. NRC Hugo Camps 1 mei 2010
  3. alles wat zeer groot en imponerend is
    Laten we het niet te moeilijk maken. We beginnen bij het begin: welke barbecue moet ik kopen? Zo’n groot slagschip op wielen? Of toch een wegwerp-bbq? NRC Bas Tooms 18 juli 2015

Vertalingen

Engelsbattleship, warship