slachtbijl

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bijl die een slager gebruikt bij het slachten
    De beenhouwer deed een stap vooruit, hief de slachtbijl van de grond en wrong dezelve met een brandende woede in zijn vuist.
    In het diepe van de zolder stond een kind, niet boven de veertien jaar oud, met een slachtbijl in de hand; bleek van angst en bevend hield hij dit wapen op de Fransen gericht, zonder dat het minste geluid uit zijn borst opkwam: uit zijn blauwe ogen schoten stralen van wanhoop en heldenmoed.