slab

mannelijk/vrouwelijk (de)/slɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. doekje waarop met name een kind kan morsen tijdens het eten of drinken zodat de kleren schoon blijven
    Ze hadden een handdoek als slab omgehangen. Het waren geen beelden die je van je moeder rondgestuurd wilt zien.’ de Standaard 12 SEPTEMBER 2016 cel, tdk
    De schoondochter: 'Soms is het gehoorapparaat van mijn moeder niet opgeladen. Of zijn de veters van haar schoenen niet gestrikt. Of ze vergeten haar tijdens het eten een slab om te doen. Ik kom elke dag, maar de communicatie kan beter. Sommigen hier vinden mij lastig.' Volkskrant Charlotte Huisman 28 december 2016

Etymologie

* In de betekenis van ‘morsdoekje’ voor het eerst aangetroffen in 1546

Vertalingen

Engelsbib
Fransbavoir
DuitsLatz, Lätzchen
Spaansbabero
Italiaansbavaglino
Portugeesbabete
Zweedshaklapp
Deenshagesmæk