skiklas
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wintersport) een groep beginnende skiërs die leren skiën onder leiding van een skileraarDe Duitse en het kind waren in januari 2011 op de piste in het skigebied Hochhädrich met elkaar in botsing gekomen. Het meisje was met een skiklasje onderweg. De twee botsten toen het meisje een bocht maakte. De vrouw raakte zwaargewond. De Telegraaf 26 jan. 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/449088/toeriste-verliest-zaak-tegen-kleuter Toeriste verliest zaak tegen kleuter]Zo zijn er niet alleen skiklasjes voor de jongsten maar ook voor de ouderen. Daarnaast worden alternatieve dagbestedingen zoals sleeën, zwemmen, naar de dierentuin gaan, wandelen of winkelen steeds populairder. Ook zorgen opa en oma vaak voor de kleinkinderen. De Telegraaf 26 nov. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/883219/wintersporttrends-2015 Wintersporttrends 2015]In het skiklasje wist Ellen vervolgens een spagaat te maken die nog ‘pijnlijker was dan de bevalling van mijn zoon’. Na drie dagen les nam haar echtgenoot haar samen met enkele vrienden mee voor een tocht over een mooi vlak stuk: „Sellaronda heette het. Ik zou er bijna niet van hoogtes af hoeven. Iedereen beaamde dat ik het gemakkelijk zou kunnen. Ze vergaten alleen te zeggen dat het veertig kilometer was…” De Telegraaf 10 okt. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/491282/iedere-kleuter-kan-het "Iedere kleuter kan het…"]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek