sjorren
/ˈʃɔrə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (transport) met touw stevig vastzetten, zodat deze niet kan overgaan bij transport
- (ov) slepen, met moeite trekken
- (ov) (scouting) in elkaar zetten van bouwwerken met touw of palen
- (inerg) (informeel) (seksualiteit) zich aftrekken
Etymologie
*herkomst onzeker, in de betekenis van ‘trekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1671
Vertalingen
Engelslash
Fransattacher
Duitszurren
Spaansabarbetar, trincar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek