sjorren

/ˈʃɔrə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, transport (ov) (transport) met touw stevig vastzetten, zodat deze niet kan overgaan bij transport
  2. ov (ov) slepen, met moeite trekken
  3. ov, scouting (ov) (scouting) in elkaar zetten van bouwwerken met touw of palen
  4. inerg, informeel, seksualiteit (inerg) (informeel) (seksualiteit) zich aftrekken

Etymologie

*herkomst onzeker, in de betekenis van ‘trekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1671

Vertalingen

Engelslash
Fransattacher
Duitszurren
Spaansabarbetar, trincar