sjoege
mannelijk (de)/ˈʃuɣə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kennis, begrip, benul, verstandDaar heb ik echt geen sjoege van.
- reactie, antwoordIk heb het hem verteld, maar hij gaf geen enkele sjoege.
Etymologie
* Herkomst: Jiddisj
Uitdrukkingen
- Geen sjoege geven — geen antwoord geven
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek